Productlijst

Bouwproducten Bouwproducten

Duurzaam bouwen

Toont 1 tot en met 12 van 14 artikelen

vsk1.jpg

Installatie verwarming en lucht

Warmtepomp ook sterk in trek op VSK installatiebeurs

23 mei 2022

Fabrikanten en leveranciers van warmtepompsystemen hadden tijdens de 25ste editie van de VSK installatiebeurs in de Jaarbeurs in Utrecht geen gebrek aan publiek. De stands werden doorlopend druk bezocht. Bij een aantal was het op dagen zelfs dringen geblazen. Toeval of niet, bij de start van VSK kondigde het kabinet aan dat per 2026 minstens een hybride warmtepomp verplicht wordt bij vervanging van de oude cv-installatie. Of de aankondiging echt voor extra toeloop zorgde is moeilijk te zeggen. Opvallend wel, volgens een aantal fabrikanten, was dat ook veel particulieren zich tijdens de beurs voor vakprofessionals lieten informeren over een duurzaam alternatief voor de ouderwetse cv-installatie. De alsmaar stijgende gasprijzen zorgen er al een tijdje voor dat warmtepompsystemen steeds meer in trek raken. Fabrikanten zeggen uiteraard positief gestemd te zijn over het kabinetsbesluit omdat de energietransitie nu nóg meer in een stroomversnelling raakt. Dat de hybride warmtepomp straks de ondergrens is bij vervanging van een cv-installatie, en we dus nog niet helemaal van het gas af hoeven, maakt dat de plannen volgens hen haalbaar zijn. Toch zien zij ook nog stevige uitdagingen. Die liggen met name in de toelevering van onderdelen en componenten die nodig zijn voor de productie van warmtepompen. Maar ook de zorgen over het tekort aan geschoolde vaklui voor de installatie van warmtepompen worden gedeeld. Voor wat dit laatste betreft zal de branche en vooral ook het kabinet daadkrachtig moeten acteren. Bij de afbeeldingen: Warmtepompen trokken veel aandacht tijdens de 2022 editie van de VSK installatiebeurs Hybride warmtepomp de standaard Het kabinet heeft dus aangekondigd dat vanaf 2026 een hybride warmtepomp de standaard wordt voor het verwarmen van woningen en andere gebouwen. Wat betekent dit en hoe werkt het? Hieronder nog een kort overzicht. 1. Hoe werkt een hybride warmtepomp? Met een hybride waterpomp is een woning te verwarmen. Een hybride warmtepomp onttrekt warmte aan de buitenlucht. Hiervoor is een buitenunit nodig die werkt op elektriciteit. De cv-ketel stookt bij als het buiten te koud is voor de warmtepomp. Met een hybride warmtepomp kan tot 60 procent worden bespaard op het gasverbruik. Een hybride warmtepomp werkt met een lagere temperatuur dan een cv-ketel: hoe beter een woning is geïsoleerd, hoe beter het systeem werkt.    2. Zijn gewone cv-ketels straks verboden? Nee, want een hybride warmtepompsysteem wordt ondersteund door een cv-ketel. Er zijn bovendien ook woningen die gewoonweg niet geschikt zijn voor een hybride warmtepomp. Een huis kan bijvoorbeeld onvoldoende geïsoleerd zijn om een hybride warmtepomp efficiënt te laten draaien. Ook kan het zijn dat er te weinig of geen ruimte is om een hybride warmtepomp te installeren. Denk hierbij aan flats en appartementencomplexen. Is er ook geen warmtenet of ander duurzaam alternatief voorhanden, dan blijft de cv-ketel als primaire warmtebron fungeren. Er komen dus uitzonderingen voor woningen die niet geschikt zijn. 3. Wat kost een hybride warmtepomp? De kosten voor een hybride warmtepomp liggen ruwweg tussen 4.500 en 7.000 euro. Dit is inclusief installatie. Er is vanuit de overheid subsidie beschikbaar voor de aanschaf van een hybride warmtepomp. Gemiddeld is 30 procent van de aanschafkosten terug te krijgen. In vergelijking tot een gewone cv-ketel is de aanschafwaarde hoog, maar door de torenhoge gasprijzen wordt een investering in een hybride warmtepomp steeds aantrekkelijker. Het kan overigens wel even duren voordat ja na bestelling het toestel in huis hebt. De levertijden, uitzonderingen daargelaten, kunnen oplopen tot een halfjaar of meer.

Lees meer
bouwen.jpg

Ruwbouw

'Bestaande bouw zit vol herbruikbare grondstoffen’

18 mei 2022

Het zou goed zijn om de bouw in Nederland in een sneller tempo circulair te maken. De bestaande bouw zit vol bruikbare grondstoffen die nog een keer zijn te gebruiken. “Dit maakt ons land op de langere termijn minder afhankelijk van grondstoffen uit andere landen”, dat zegt Thijs Huijsmans, adviseur Circulair Bouwen van bouwconcern Heijmans.  Volgens hem zijn er verschillende strategieën om dat te bewerkstelligen. De snel stijgende bouwkosten en tekorten aan materialen remmen de woningbouw in Nederland af. Er zijn zelfs al projecten stilgelegd. Deze ontwikkeling is verontrustend, omdat Nederland juist voor een enorme woningbouwopgave staat. Ook de  huidige geopolitieke situatie toont aan dat de toeleverketens van bouwmaterialen enorm complex zijn. Materialen als beton, staal en aluminium zijn steeds lastiger verkrijgbaar. ,,En als maatschappij zijn we gewend geraakt aan een bepaalde kwaliteit van bouwwerken, waardoor we voorlopig nog veel behoefte hebben aan deze materialen”, weet Huijsmans. Bouw kan vaak efficiënter Er zijn volgens hem verschillende strategieën hoe hiermee om te gaan. ,,Materiaal dat weer vrijkomt kan lokaal hergebruikt worden, in plaats van af te schepen naar bijvoorbeeld Azië. Anderzijds kan er ook gekeken naar hernieuwbare grondstoffen zoals hout, een prima bouwmateriaal.” Materialen kunnen vaak een stuk efficiënter ingezet worden. Vaak is het niet eens nodig om heel veel te gebruiken. Er zijn steeds meer nieuwe technologieën en software beschikbaar, maar het bouwen gebeurt vaak op eenzelfde manier als vroeger. “En daar mag best kritischer naar gekeken worden.” Afbeelding: Gebouwen kunnen volgens Thijs Huijsmans de mijnen zijn van de toekomst. Bij sloop kunnen namelijk nog veel herbruikbare grondstoffen worden ‘gedolven’. (Foto: Pexels) ‘Gebouwen zijn mijnen van de toekomst’ Huijsmans pleit voor een cultuuromslag: “Het idee heerst dat het beter is om met nieuwe grondstoffen te werken. Deze mentaliteit moet van tafel. Als een producent kan aantonen dat hergebruikte of hernieuwbare materialen voldoen aan alle kwaliteitseisen, dan zegt dat genoeg.” De adviseur Circulair Bouwen verwacht dat de kijk op bouw uiteindelijk wel zal veranderen. ,,Gebouwen worden de mijnen van de toekomst, waar we grondstoffen uit putten. Het is als een bouwwerk van Lego, iedere steen met een eigen waarde en opnieuw te gebruiken voor weer iets anders”, besluit hij. Bij de hoofdafbeelding: Voor nieuwbouw beginnen de snel stijgende bouw problematisch te worden. (Foto: Pexels)

Lees meer
MACO-Tricoat_Evo_Treppe.jpg

Ramen, deuren en kozijnen

MACO ontwikkelt oppervlaktetechniek met zelfhelende werking voor beslag

18 mei 2022

Deur- en raambeslagfabrikant MACO heeft een nieuwe -en naar eigen zeggen unieke-  oppervlaktetechniek ontwikkeld voor zijn beslag  voor toeppassing in ‘extreme’ omgevingen: Tricoat-Evo. Beslag dat deze oppervlaktebehandeling heeft ondergaan is zeer bestand tegen corrosie en  de meest uiteenlopende milieu-invloeden en klimatologische omstandigheden dus ook in gebouwen en in huizen in de buurt van de kust of regio's met een hoge verontreinigingsgraad. ‘Tricoat-Evo drie keer sterker dan staal’ Tricoat-Evo is een premium oppervlaktebehandeling die vier lagen op het beslag aanbrengt, waaronder een duplexlaag met 500 tot 600 HV volgens Vickers. Het biedt een uitstekende bescherming op wrijvingspunten. Tricoat-Evo is volgens MACO drie keer sterker dan staal en heeft een extreem hoge slijtvastheid. Het meerlagensysteem voorkomt ook het doorroesten en beschermt vooral beslag in gebieden waar sprake is van extreme omstandigheden. Dankzij de geringe laagdikte en het nieuwe zelfsmerende effect loopt het beslag bovendien soepeler dan voorheen. Tricoat-Evo heeft een hoogwaardige uiterlijk van roestvast staal en dat brengt nieuwe ontwerpmogelijkheden met zich mee voor fabrikanten. Oppervlaktetechiek met ‘MACO-Evo-Effect' Tricoat-Evo heeft een zelfhelende werking, net als de menselijke huid. Maco noemt dat het ‘MACO-Evo-Effect’. MACO heeft deze intelligentie overgebracht op de beschermende oppervlaktelaag van zijn producten: dankzij een tribologische verzegeling met nanocapsules. Daarbij fungeren nanocapsules als reservoir voor smeermiddelen en corrosie remmende beschermende stoffen. Als de oppervlaktelaag beschadigd wordt, ontsnappen deze stoffen en worden de krassen weer opgevuld. "Deze bescherming is uniek in de industrie en exclusief verkrijgbaar bij MACO," zegt Michael Weigand, Managing Director Sales & Marketing. Duurzaam productieproces MACO levert de, in huis geproduceerde, oppervlaktecoating voor het hele MACO productengamma. De innovatieve oppervlaktebehandeling voldoet niet alleen aan de productkwaliteit, maar ook aan de nieuwste wettelijke eisen op het gebied van milieubescherming en duurzaamheid: het proces wordt gekenmerkt door lage baktemperaturen en dus lagere energiebehoeften. De milieuvriendelijke afvalwaterbehandeling, waarbij 97 procent van het geproduceerde afvalwater kan worden teruggevoerd in het productieproces, alsmede de vermindering met ongeveer 50 procent van het dunne slib dat wordt geproduceerd en moet worden verwijderd, zijn volgens Weigand het bewijs van de eis om een zo ecologisch mogelijke oppervlaktetechnologie te ontwikkelen. Bij de hoofdafbeelding: Als de oppervlaktelaag beschadigd wordt, ontsnappen beschermende stoffen uit de nanocapsules en worden krassen weer opgevuld.

Lees meer
warmtepompen.jpg

Installatie verwarming en lucht

Hybride warmtepomp wordt vanaf 2026 de standaard

17 mei 2022

Het kabinet heeft aangekondigd dat vanaf 2026 hybride warmtepompen de standaard worden voor het verwarmen van woningen. Dat betekent dat bij vervanging van de cv-installaties mensen dan moeten overstappen op een duurzamer alternatief. In veel gevallen is dit een hybride warmtepomp, maar ook alternatieven zoals de volledig elektrische warmtepomp of een aansluiting op een warmtenet zijn mogelijk. Het kabinet wil met de aankondiging leveranciers, installateurs en woning- en gebouweigenaren duidelijkheid bieden en wijzigt hiervoor ook het bouwbesluit. Een hybride warmtepomp is een combinatie van een warmtepomp en een gasgestookte cv-ketel. Doordat de cv-ketel op koude dagen bijspringt is de hybride warmtepomp voor veel woningen geschikt, en kan zowel op korte als lange termijn bijdragen aan de verduurzaming van gebouwen. Dit leidt tot gemiddeld 60% besparing op het aardgasverbruik. In goed geïsoleerde woningen kan ook direct worden overgestapt naar een volledig elektrische warmtepomp. In een deel van Nederland is of komt op termijn een warmtenet beschikbaar, ook dat is een duurzame manier om de woning te verwarmen. Uitzondering voor ongeschikte woningen Voor woningen die niet geschikt zijn voor een warmtepomp, of op korte termijn op een ander alternatief voor aardgas worden aangesloten (bijvoorbeeld een warmtenet), is er een uitzonderingsmogelijkheid. Om de ontwikkeling van de techniek te ondersteunen, biedt het rijk subsidie op de aanschaf van een (hybride) warmtepomp. Deze subsidie is vanaf dit jaar verhoogd naar gemiddeld 30%. Tot en met 2030 heeft het kabinet 150 miljoen euro per jaar gereserveerd om woningeigenaren te blijven ondersteunen bij de aanschaf van een (hybride) warmtepomp. Daarnaast is er financiering via het Nationaal Warmtefonds, met een rentetarief van 0 procent voor lage- en middeninkomens, beschikbaar. Installateurs, fabrikanten en kabinet bundelen krachten De installatiebranche (vertegenwoordigd door Techniek Nederland) en fabrikanten van warmtepompen trekken samen op met het kabinet. Een uitdaging is nog om voldoende warmtepompmonteurs op de been te brengen. Techniek Nederland wil daarom dat iedere regio een opleidingslocatie krijgt waar monteurs zich kunnen laten bijscholen en dat specifieke opleidingen worden ontwikkeld voor zij-instromers. De brancheorganisatie gaat ook monteurs ondersteunen met tools die bijvoorbeeld laten zien welke woningen geschikt zijn voor (hybride) warmtepompen. Woningeigenaren worden geholpen doordat er kwaliteitseisen gesteld gaan worden aan producten, installaties en vakmanschap. Fabrikanten investeren in een forse opschaling van de productie, onder andere door op korte termijn drie extra productielocaties in Nederland te openen. Hoofdafbeelding: Vanaf 2026 moet op z’n minst een hybride waterpomp worden geïnstalleerd als de cv-installatie aan vervanging toe is. (Foto: Remeha).

Lees meer
asfaltafwerkmachine.jpg

Bouwmaterieel

Eerste volledig elektrische asfaltspreidmachine ingezet bij werk aan A35

05 mei 2022

Bij onderhouds- en asfalt herstelwerkzaamheden aan de snelweg A35 is voor het eerst een volledig elektrisch aangedreven asfaltspreidmachine gebruikt. De afwerkmachine werd ingezet door BAM Infra Nederland dat hiermee een impuls wil geven aan het emissieloos bouwen in Nederland. De elektrische asfaltspreidmachine zorgt voor een besparing van zo’n 150 liter diesel per draaidag van acht uur. Dit komt neer op een reductie van ruim 93.000 kilogram CO2 en 115.000 gram stikstofoxide op jaarbasis. Naast de emissievoordelen produceert deze elektrische asfaltspreidmachine ook fors minder geluid dan conventionele op diesel werkende machines.  Klimaatneutraal in 2030 Het werk aan de A35 is door aannemer BAM uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat. Dik de Weger, programmamanager Emissieloos Materieel bij Rijkswaterstaat: ‘’De eerste inzet van een elektrische asfaltspreidmachine is een mooie mijlpaal. Emissieloos werken komt zo weer een stap dichterbij en daarmee ook onze ambitie om in 2030 klimaatneutraal en circulair te werken én bovendien de uitstoot van fijnstof en stikstof terug te dringen.” In opdracht van BAM hebben Wirtgen en New Electric een asfaltspreidmachine omgebouwd naar een elektrische variant, bestaande uit een vaste batterij van 270 kWh en twee slim geschakelde elektromotoren. “We moeten minder stikstof en CO2 uitstoten en dus emissieloos gaan werken. Een investering in een elektrische asfaltspreidmachine is een van de stappen die wij zetten”, zegt Fred-Jan Moll, regiodirecteur bij BAM Infra Nederland. Volledig emissieloze asfaltset BAM kijkt continu naar mogelijkheden voor minder impact op het milieu en de leefomgeving. Volgens Moll streeft BAM ernaar om nog in 2022 de eerste volledig emissieloze asfaltset (elektrische wals, elektrische asfaltspreidmachine, elektrische tandemwals, elektrische kleine wals, hybride kleefauto en elektrische keet) op de weg te hebben staan. Bekijk ook onderstaande video:

Lees meer
220408_The-Natural-Pavilion_Floriade (1).jpg

Bouwplaats

Rijkspaviljoen Floriade: circulair én geïndustrialiseerd bouwen nu al mogelijk

03 mei 2022

Met ‘The Natural Pavilion’ laat een consortium van bijna twintig Nederlandse bedrijven zien dat het mogelijk is om op industriële schaal volledig circulair, biobased en energieneutraal woningen, scholen en kantoren te bouwen. Het Rijkspaviljoen is onderdeel van de Dutch Innovation Experience bij Floriade Expo 2022 in Almere. De bouwsector staat voor een grote uitdaging. Niet alleen is de woningnood hoog, ook zorgen CO2- en stikstofuitstoot in combinatie met aangescherpte wet- en milieuregelgevingen voor grote complexiteit bij projectontwikkeling. Andere maatschappelijke uitdagingen zijn de energietransitie en de toenemende uitsluiting van de middenklasse van de markt voor koopwoningen. Daarbij heeft de branche de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn.  “Maar waarom wachten tot 2050?”, stelt Gerben Kuipers, oprichter van de Noordereng Groep, initiatiefnemer en ontwikkelaar van The Natural Pavilion. “Met het door ons consortium ontwikkelde ‘HoutKern Bouwmethode’ bewijzen we dat we nu al aan de klimaatambities kunnen voldoen. In Almere laten we zien dat er nu al genoeg oplossingen voorhanden zijn voor belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder het energie-, grondstoffen- en woningtekort, verduurzaming van de landbouw, herstel van de biodiversiteit, verstedelijking en klimaatadaptatie.”  Voorbeeld van circulair bouwen Het paviljoen is vrijwel geheel opgebouwd uit biobased materialen en letterlijk een opeenstapeling van innovaties. Zo laat het paviljoen de mogelijkheden zien van de toepassing van groen in de woon- en werkomgeving (zelfs bij gestapelde bouw tot 80 meter hoog), nieuwe vormen van regenwateropvang, duurzame funderingsoplossingen, een optimaal gebruik van natuurlijk daglicht, natuurlijke ventilatie en minimaal energiegebruik. Het ontwerp toont de integratie van architectuur, constructies, bouwfysica en duurzaamheidsaspecten en is tot stand gekomen met nieuwe ontwerptechnieken en in een nieuwe manier van samenwerking in de bouw. Het paviljoen is binnen zes maanden ontworpen en gebouwd. Door de combinatie van de modulaire HoutKern Bouwmethode, het geïndustrialiseerde bouwproces en biobased materialisatie moet het Rijkspaviljoen The Natural Pavilion een toonbeeld zijn van circulair bouwen.  Rijkspaviljoen volledig modulair gebouwd Het paviljoen is volledig modulair opgebouwd uit houten balken en kolommen die alleen op de hoeken bij elkaar worden gehouden door gerecyclede stalen knopen. Ook bijna alle andere bouwproducten waarmee The Natural Pavilion is opgebouwd, zijn gemaakt van biobased materialen. Zo zijn de binnenwanden gemaakt van (rest-)materialen uit de land- en tuinbouw: stro, vlas, paprikastengels en een afwerking met houtvezeltextiel.  Het gebouw is natuurinclusief ontworpen en sluit aan bij het Floriade-thema Growing Green Cities. Buiten en tegen de gevel groeien inheemse beplantingen aansluitend op de aanwezige flora en fauna in Flevoland. De beplanting zuivert water en lucht, faciliteert biodiversiteit, houdt hemelwater vast en slaat stikstof en CO2 op.  Na Floriade een nieuwe bestemming Na de Floriade wordt het paviljoen gedemonteerd om vervolgens gedurende drie jaar lang in verschillende Nederlandse natuurgebieden dienst te doen als expositieruimte en filmtheater. Het paviljoen dient daarmee als voorbeeld voor circulair en modulair bouwen. Na 2025 worden delen van het Rijkspaviljoen gebruikt voor de nieuwbouw van de FlevoCampus, het kennisinstituut dat helpt oplossingen te creëren voor stedelijke voedselvraagstukken. Bij de hoofdfoto: Het Rijkspaviljoen is natuurinclusief ontworpen en sluit aan bij het Floriade-thema Growing Green Cities.

Lees meer
ThuisbatterijTesla.jpg

Energie

Zelf energie opwekken én opslaan in een thuisbatterij

28 april 2022

In de hele energietransitie speelt de opslag van duurzaam opgewekte energie een cruciale rol. De opwekking van energie op basis van bijvoorbeeld zon en wind is onvoorspelbaar waardoor vraag en aanbod nooit optimaal op elkaar zijn afgestemd. Dit in combinatie met het afbouwen van de salderingsregeling betekent dat het steeds aantrekkelijker wordt om de zelf opgewekte energie (via voornamelijk PV-panelen) op te slaan in een thuisbatterij. En die werkt lang niet altijd op basis van lood/zuur of Lithium-ion. De rol van thuisbatterijen wordt om verschillende redenen steeds belangrijker. Ten eerste zal in de komende jaren de salderingsregeling worden afgebouwd tot nul. Dat betekent dat een teveel aan opgewekte energie – bijvoorbeeld middels PV-panelen – weliswaar kan worden teruggevoerd in het net, maar dat daar geen vergoeding meer tegenover staat. Kortom: je wekt het zelf op maar hebt er vervolgens voor jezelf niets aan. Een tweede reden is dat de opwekking van duurzame elektrische energie bijna nooit optimaal in de pas loopt met het tijdstip van verbruik. Wanneer de zon rond het middaguur hoog aan de hemel staat, zijn veel mensen op hun werk en wordt er in de woning weinig energie gebruikt. Wanneer de zon op het punt staat onder te gaan komen we echter massaal thuis, willen de auto opladen, koken, douchen en televisie kijken of een was draaien. Deze situatie levert voor het lichtnet relatief grote belastingen op, zowel qua aanbod als vraag. Steeds vaker is dan ook in de krant te lezen dat PV-velden worden afgeschakeld omdat het net overbelast raakt. Opslag van elektriciteit is een goede oplossing Een van de oplossingen om deze belastingen op het net te voorkomen én 100% gebruik te kunnen maken van eigen energie, is gebruik te maken van slimme regelingen. Hierbij wordt de opgewekte energie zoveel mogelijk direct gebruikt. Bijvoorbeeld voor het draaien van een was, het stofzuigen van het huis met een robotstofzuiger of wellicht het opladen van een elektrische auto die op dat moment niet wordt gebruikt. Veelal is het echter niet mogelijk om alle energie direct in te zetten. Wat dan rest is de thuisbatterij. Het overschot aan opgewekte energie wordt hierin opgeslagen en weer onttrokken wanneer deze nodig is. Wanneer de accu vol is, wordt een overschot alsnog aan het net geleverd of wordt de productie gestaakt. Is de batterij leeg dan is de resterende behoefte in te vullen door energie aan het lichtnet te onttrekken. De huidige praktijk geeft aan dat volledig autonoom draaien met een thuisbatterij nog niet mogelijk is en dat aansluiting op het lichtnet vooralsnog noodzakelijk blijft. De toepassing van een buurtbatterij, waarbij verschillende woningen zijn aangesloten op één batterij, levert wel een betere businesscase op en gaat een stap verder richting ‘zelfvoorzienend’. Welke soorten thuisbatterijen zijn er? De meest bekende thuisbatterijen werken op basis van lood/zuur of lithium-ion. De lithium/ion batterijen zijn het meest geschikt voor thuisopslag omdat deze relatief veel energie kunnen opslaan en bovendien een lange levensduur hebben. Ze hebben wel als nadeel dat ze niet te ver mogen ontladen en ook niet goed bestand zijn tegen hogere temperaturen. Afbeelding: Schematische overzicht van de werking van een warmtebatterij (Foto: TNO / TU Eindhoven) Warmtebatterij Een standaard elektrische accu is echter niet de enige oplossing. In een samenwerking tussen TNO en de TU Eindhoven wordt bijvoorbeeld ook hard gewerkt aan een zogenaamde warmtebatterij. Heel simpel gezegd wordt de elektrische energie die wordt opwekt met PV-panelen omgezet in warmte en gebruikt om zouthydraten te drogen. Hier is overigens ook gebruik te maken van de warmte opgewekt door zonnecollectoren. Bij dit droogproces wordt de warmte opgeslagen in de zouthydraten. Omdat deze reactie volledig omkeerbaar is, hoeft alleen maar water te worden toegevoegd om de warmte weer vrij te maken. In woningen is het vervolgens het meest logisch om deze warmte ook te gebruiken om de woning te verwarmen. Een prima toepassing aangezien het grootste deel van ons energieverbruik nu eenmaal bedoeld is voor verwarming en koeling. Een oplossing met een hoog rendement omdat er bij de omzetting geen energie verloren gaat. Elektrische auto kan fungeren als thuisbatterij Ook steeds populairder wordt het inzetten van de eigen elektrische auto als thuisbatterij. Uiteraard is de bruikbaarheid van dit idee wel afhankelijk van het tijdstip waarop het mogelijk is de auto te laden. Anderzijds worden bij steeds meer bedrijven mogelijkheden gecreëerd om daar de auto overdag op te laden waardoor je eventueel mogelijkheden hebt om deze energie ’s avonds thuis voor andere verbruikers in te zetten. In dat geval is het wel noodzakelijk dat de auto bi-directioneel kan laden. Chemische omzetting Naast bovengenoemde oplossingen vinden er bij veel bedrijven, onderwijsinstellingen en kennisinstituten onderzoeken plaats naar alternatieven voor de opslag van energie. Zo is de opgewekte duurzame elektrische energie ook in te zetten voor bijvoorbeeld de productie van waterstof of andere chemische omzettingen. Deze technieken zijn nog lang niet gereed voor toepassing in woningen en waarschijnlijk zal een belangrijk deel als commercieel verkrijgbaar product het daglicht überhaupt nooit zien. Het geeft wel aan dat de aandacht voor energieopslag groot is en noodzakelijk om de energietransitie de juiste boost te geven. Bij de hoofdfoto: Artist impression van een thuisbatterij voor opslag van elektriciteit uit zonnepanelen (Foto: Tesla).

Lees meer
NefitBosch_Stedin_Waterstof_woning_2.jpg

Installatie verwarming en lucht

Woningen verwarmen met waterstof, hoe ver zijn we eigenlijk?

21 april 2022

Het gebruik van aardgas voor het verwarmen van woningen is ‘hotter’ dan ooit. In die zin dat we naarstig op zoek zijn naar alternatieven. De energietransitie focust al langer op elektrificatie en ‘gasloos’ wonen, maar met de oorlog in Oekraïne is de aandacht voor alternatieven alleen maar gegroeid. Naast elektrisch verwarmen is het in de toekomst eventueel ook mogelijk om over te stappen op ketels die branden op waterstof. Diverse pilots lopen, de meningen over een grootschalige toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving blijven verdeeld. Waterstof is een lichtgewicht gas dat bij verbranding wordt omgezet in warmte en uitsluitend water. Dit maakt het gas een geliefd alternatief voor de verbranding van aardgas, waarbij onder meer het ongewenste CO2 vrijkomt. Toch wordt waterstof nog (lang) niet algemeen toegepast. Dit heeft verschillende redenen. Technisch, politiek, juridisch Ten eerste vraagt de productie van waterstof relatief veel energie. Dit probleem wordt nu deels getackeld door de toename van de productie van hernieuwbare elektrische energie (op basis van bijvoorbeeld zon of wind). Omdat vraag en aanbod niet makkelijk op elkaar zijn af te stemmen ontstaan overschotten die prima zijn te gebruiken voor de productie van waterstof. Andere bottlenecks hangen samen met de verwarmingsketels die nodig zijn om waterstof te verbranden. Waterstof heeft namelijk een lagere energiedichtheid wat gevolgen heeft voor onder meer de vereiste verbrandingstemperatuur en de snelheid waarmee het gas door de leidingen moet lopen. Maar ook de wet- en regelgeving, de politiek en iets praktisch als een leidingenstelsel voor het transport van waterstof hebben aandacht nodig voordat waterstof mogelijk grootschalig is toe te passen. Een heersende visie is dat waterstof vooral geschikt zou zijn voor de industrie of de mobiliteit. Onder andere TNO meent: ‘De toepassing van waterstof in bijvoorbeeld woonhuizen zal nog lang op zich laten wachten; áls dit al gebeurt. Voor het merendeel van de woningen biedt een collectief warmtenet of een elektrische warmtepomp een betere oplossing. In het verkeer zal het aantal waterstof auto’s en het aantal waterstof tankstations wel langzaam toenemen. Hetzelfde geldt voor de industrie.’ Verschillende pilots met waterstof Toch lopen er ook binnen de gebouwde omgeving verschillende pilots. Netbeheerder Stedin is bijvoorbeeld actief in Rozenburg en zet hier groene elektriciteit om in waterstof. ‘Tussen 2018 en 2023 demonstreren we de inzet van waterstof voor de verwarming van bestaande gebouwde omgeving. In Rozenburg zijn hiervoor in een bestaand appartementencomplex twee waterstofketels geïnstalleerd en gedemonstreerd. We verwachten als netbeheerder niet dat waterstof voor 2030 een belangrijke rol zal spelen in de bebouwde omgeving. Toch blijft experimenteren van groot belang omdat we ons hiermee kunnen voorbereiden op de toekomst wanneer waterstof mogelijk wél een reëel alternatief voor aardgas is.’ Afbeelding: Plaatsing van een waterstofcontainer in Stad aan ‘t Haringvliet Tevens verwarmde Stedin in 2020 veertien sloopwoningen in Uithoorn met waterstof om aan te tonen dat het bestaande gasnet geschikt is voor waterstof. Een vervolg op dit project is het Inspiratiehuis die midden in een woonwijk in het Zuid-Hollandse ‘Stad aan ’t Haringvliet’ staat. Sinds eind februari van dit jaar stroomt waterstofgas naar dit huis voor verwarmingsdoeleinden. In het project Stad Aardgasvrij werkt Stedin samen met onder meer de gemeente Goeree-Overflakkee en inwoners van Stad aan ‘t Haringvliet om in 2025 volledig aardgasvrij te zijn. Later dit jaar volgt een draagvlakmeting onder de inwoners en ondernemers in het dorp. Toepassing waterstof in monumentale panden Een andere pilot loopt bij LochemEnergie die samen met Alliander, Remeha en het Lochemse bedrijf Kimenai de mogelijkheden van waterstof in de wijk Berkeloord onderzoekt. In het derde kwartaal van 2022 zal hier waterstofgas via bestaande aardgasleidingen naar negen monumentale woningen worden gevoerd. Er is specifiek voor deze oudere woningen gekozen omdat deze ongeschikt zijn voor laagtemperatuur systemen zoals warmtepompen of aansluiting op een warmtenet. De woningen zijn bijvoorbeeld moeilijk te isoleren en vragen dus om een hoog temperatuur systeem. Afbeelding: De installatie van een proefwoning in Delft verwarmt het tapwater volledig op waterstof. Proefwoning H2@Home Tot slot de bestaande woning in Delft die afgelopen november is aangesloten op een lokaal, ondergronds waterstofnet en hiermee het tapwater volledig met waterstof verwarmt. In de proefwoning onderzoekt consortium H2@Home ‘live’ hoe waterstof zo optimaal en veilig mogelijk in een woonomgeving is toe te passen. De woning is onderdeel van een replica jaren-70 woonblok van het DreamHûs dat op het terrein van fieldlab The Green Village (TGV) van de TU Delft Campus staat. H2@Home: ‘Vanuit kosteneffectief oogpunt ligt een retrofit van de bestaande infrastructuur het meest voor de hand. Bestaande gasdrukregelaars, gasmeters en cv-ketels zijn namelijk niet zonder meer direct geschikt voor toepassing van waterstof. De gasdrukregelaar kan naar verwachting op kosteneffectieve wijze ge-retrofit worden. Verder wordt de ontwikkeling van een slimme gastoevoerafsluiting onderzocht voor de vereiste veiligheids- en beheersbaarheidsmaatregelen. Ook de vereiste aanpassingen van de gasmeter en het leidingwerk zullen in het project worden meegenomen. Bovendien zal een communicatiemodule worden ontwikkeld waarmee netbeheerders kunnen beheren en eindgebruikers (bewoners) kunnen monitoren wat hen een versterkt gevoel van veiligheid zal geven.’ Eerste waterstofketels ontwikkeld De eerste fabrikanten hebben inmiddels een (hybride) waterstofketel ontwikkeld. Zowel in het project van Rozenburg als Lochem en Uithoorn zijn bijvoorbeeld waterstofketels van Remeha toegepast. De H2 Ready ketel van Nefit Bosch is door een installateur binnen een uur om te bouwen naar een 100 procent waterstoftoestel. Dit is onder meer mogelijk door de speciale brander, het gasblok, de ventilator en de elektronica. De ketel kan ook nog steeds op aardgas branden. De verwarmingsketel op waterstof van Nefit Bosch (Foto: Nefit Bosch/Stedin)

Lees meer
vlasbrug.png

Bouwplaats

Loop- en fietsbrug Almere gebouwd van plantenvezels

20 april 2022

Vlas wordt al duizenden jaren gebruikt om bijvoorbeeld  kleding, zakken of scheepstouwen van te maken. Anno nu worden deze plantenvezels wellicht het bouwmateriaal van de toekomst. In combinatie met een speciale biohars kan er namelijk een licht en zeer stabiel materiaal van worden gemaakt met eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van aluminium of licht staal. Het EU-project ‘Smart Circular Bridge’ laat zien wat er al mogelijk is met dit biocomposiet: bruggen bouwen. In het kader van dit project worden drie bruggen gerealiseerd met het op vlas gebaseerde biocomposiet. De eerste in het kader van dit project is inmiddels gebouwd op het terrein van de Floriade in Almere. De brug heeft een overspanning van 15 meter en is gebouwd door een internationaal consortium van vijftien partners onder leiding van de Technische Universiteit Eindhoven. Het projectteam bestaat uit vijf universiteiten, zeven innovatieve bedrijven en drie gemeenten. Dit en volgend jaar zullen nog twee soortgelijke bruggen voor voetgangers en fietsers worden gebouwd in het Duitse Ulm en in Bergen op Zoom. Afbeelding: Het plaatsen van het brugdek bij de Floriade in Almere. Naast de natuurlijke vlasvezels, zal ook de hars voor deze bruggen zoveel mogelijk van niet-fossiele bronnen afkomstig zijn. Het aandeel van de biohars bedraagt momenteel nog 25 procent voor de eerste brug, maar deze zal oplopen tot 60 procent of meer voor de volgende bruggen. Dit wordt bereikt door gebruik te maken van afvalproducten van de biodieselproductie en gerecycleerde PET-flessen. Materiaalonderzoek met kunstmatige intelligentie Omdat biocomposieten grote mogelijkheden bieden, wordt er voortdurend onderzoek naar het materiaal gedaan. De bruggen worden systematisch in real time gemonitord. Bijna honderd sensoren in de brug leveren gegevens over het gedrag van het materiaal bij dagelijks gebruik. Hoe gedraagt de constructie zich als er tweehonderd mensen tegelijk overheen lopen? Wat gebeurt er in de verschillende seizoenen, bij storm, hagel en sneeuw? Hoe verloopt het verouderingsproces van het materiaal in detail? Afbeelding: De brug kan met gemak het gewicht aan van 275 mensen. Een brugmanagementsysteem, met optische glasvezelsensoren in de brug, verschaft informatie over materiaalrekken en spanningen. Versnellingssensoren detecteren de fijnste trillingen, veroorzaakt door gebruik of bijvoorbeeld wind. De evaluatie wordt uitgevoerd met behulp van kunstmatige intelligentie om zo patronen in het materiaalgedrag te herkennen. Tegelijkertijd kunnen ingenieurs met deze gegevens hun berekenings- en materiaalmodellen verfijnen. Op basis hiervan zullen zij de materiaal- en ontwerpmodellen verder ontwikkelen voor de volgende bruggen en mogelijk andere toepassingen. Mogelijkheden recycling bij einde levensduur Met de circulaire economie in het achterhoofd onderzoekt het projectteam welke opties er zijn voor het bouwmateriaal nadat de bruggen over vele decennia het einde van hun levensduur hebben bereikt. Op dit moment worden er drie mogelijkheden verder onderzocht: mechanische, chemische en zelfs biologische recycling met schimmels en/of bacteriën. Het is belangrijk dat de gebruiks-/ levensduur cyclus van het materiaal zo lang mogelijk duurt. Om dit te bereiken moet vanaf het begin van projecten rekening worden gehouden met de mogelijkheden aan het einde van de levenscyclus. Afbeelding: Tijdens de bouw werden vlasvlasmatten rond lichtgewicht schuimkernen gewikkeld. Het EU-project Smart Circular Bridge laat dus veel meer zien dan bruggenbouw. Het is een levendig voorbeeld van hoe innovaties voor klimaatbescherming en circulaire economie van de grond kunnen komen door hier ook stakeholders bij te betrekken. Alleen al voor bruggen is het volgens de projectgroep de moeite waard om alternatieve materialen te overwegen, aangezien er de komende jaren in Europa tienduizenden moeten worden vervangen. Almere beleeft met deze brug van vlas overigens niet de primeur. Nabij het Friese Ritsumasyl is in 2021 ook al een loop- en fietsbrug gerealiseerd uit biocomposiet. Foto’s: Smart Circular Bridge

Lees meer
Littlegreene_verf.png

Schilderwerk

‘Groen’ als rode draad door verf en behang Little Greene

19 april 2022

Little Greene verf en behang wordt in de Little Greene fabriek in Noord-Wales op een milieuvriendelijke wijze geproduceerd om de ecologische impact te minimaliseren. De verven op waterbasis hebben de laagste eco-classificatie in de branche, met een VOS-gehalte dat nu vrijwel nul is. Dit betekent dat er geen oplosmiddelen in de atmosfeer terechtkomen. De Little Greene verven zijn vrijwel geurloos. Re:mix, upcycling van afvalverven Little Greene streeft ernaar de beste kwaliteit verf te leveren met een minimale impact op het milieu. Zo is ‘Re:mix’ van Little Greene een verzameling overgebleven, ongewenste en geretourneerde verven, geherformuleerd tot een mooie, matte afwerking voor binnenmuren en plafonds. Door de upcycling van deze afvalverven wordt voorkomen dat er jaarlijks maar liefst 60.000 liter hoogwaardige minerale- en organische grondstoffen verloren gaan. Beperkte batches zijn beschikbaar in geselecteerde Little Greene-kleuren. De Re:mix verf heeft een lage CO2-voetafdruk, dat bereikt wordt door een aantal belangrijke factoren: thuisproductie, verminderde transportemissies, minimale toepassing van vluchtige organische stoffen (VOS), het gebruik van natuurlijk voorkomende mineralen, verwaarloosbare geur en goede dekking van de verf. Dit betekent minder blikken om af te leveren en minder vrachtwagens op de weg. Een groot deel van het proces wordt met de hand uitgevoerd in plaats van met geautomatiseerde machines, tot aan de samplepotjes toe. Deze worden met de hand gevuld. Alle verf en behang van Little Greene wordt vervaardigd in het Verenigd Koninkrijk, waarbij er actief wordt gezocht naar leveranciers, die zich ook inzetten voor lokale industrieën volgens een milieu-ethos. Afbeelding: De verf van Little Greene heeft een hoge dekking Hoge kwaliteit verf De hoogwaardige verf van Little Greene bevat tot 40 procent meer pigment dan gewone verven. Elke verf heeft zijn eigen unieke formulering en het is deze complexe samenstelling die resulteert in zo’n diepe en ongeëvenaarde kleurdiepte en hoge productkwaliteit. Alleen de beste natuurlijke, organische en veilige synthetische pigmenten worden gebruikt om een hogere dekking te garanderen. Dit betekent dat er minder lagen nodig zijn en er minder middelen gebruikt worden. De meeste pigmenten van Little Greene zijn afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk, waardoor de impact van reizen op het milieu wordt geminimaliseerd. Het watergedragen ‘Intelligent’ assortiment voldoet ruimschoots aan alle VOS-wetgeving. De ‘Intelligent’ verven zijn slijtvast en volledig wasbaar, wat zorgt voor een mooie afwerking, die langer meegaat. Hierdoor is de tijd tussen opknapbeurten langer, wat weer zorgt voor minder impact op het milieu. Verf op oliebasis heeft traditioneel de voorkeur vanwege de bekende lange levensduur en uitstekende afwerking. De afwerkingen op oliebasis van Little Green zijn allemaal opnieuw geformuleerd met duurzame plantaardige oliën, zonder concessies te doen aan kwaliteit. Afbeelding: Verf van Little Greene bevat tot 40 procent meer pigment. Behang met FSC-certificering Het papier waarmee Little Greene behang wordt vervaardigd, is afkomstig uit FSC- of PEFC-gecertificeerde duurzame bossen. FSC-gecertificeerde bossen worden nauwlettend gemonitord en geïnspecteerd om ervoor te zorgen dat ze op een milieuvriendelijke en sociaal bevorderlijke wijze worden beheerd. De inkten, die gebruikt worden bij het printen van het behang, zijn volledig gifvrij en Little Greene behangplaksel bevat geen oplosmiddel. Verfblikken van gerecycled staal Little Greene verfblikken zijn gemaakt van meer dan 50 procent gerecycled staal en kunnen opnieuw worden gerecycled. Al het papierwerk is gedrukt op gerecycled of duurzaam geproduceerd papier. De verpakkingen worden voortdurend doorontwikkeld en de opslagprocedures worden herzien om de hoeveelheid aan gerecycled en recyclebaar materiaal te verhogen. Beschadigde of geretourneerde verf wordt ofwel gedistribueerd naar lokale gemeenschapsprojecten of teruggestuurd naar de fabriek, waar het wordt gerecycled voor de productie van het ‘Re:mix’-verfassortiment.

Lees meer
Wilo-Kit (1).png

Installatie verwarming en lucht

Koninklijk Instituut van de Tropen wil volledig van het gas af

13 april 2022

Het Koninklijk Instituut van de Tropen in Amsterdam heeft de ambitie uitgesproken om in 2025 volledig van het gas af te zijn. Eén van de stappen die daartoe is gezet, betreft de vervanging en vernieuwing van het verwarmings- en koelsysteem van het depot en archief. Technisch bureau Feuerstein en Limpid Blue bundelden hier hun krachten en vroegen Wilo om mee te denken over de pomptechniek om de warmte en koude te circuleren. Koninklijk Instituut van de Tropen Het Koninklijk Instituut van de Tropen (KIT) is een onafhankelijk expertise- en opleidingscentrum voor duurzame ontwikkeling. Ze helpen overheden, NGO’s particuliere bedrijven wereldwijd om duurzame samenlevingen op te bouwen. Leidend daarbij zijn de Sustainable Development Goals (SDG’s) die de Verenigde Naties formuleerden als blauwdruk voor een betere en duurzame toekomst. Van het gas af Toen het verwarmings- en koelsysteem van het depot en archief moesten worden vervangen, leek het een logische zaak om deze verandering aan te grijpen als onderdeel van de strategie om in 2025 van het gas af te zijn.  Dat laatste klinkt eenvoudiger dan het is. Al bijna 90 jaar is het gebouw van het Koninklijk Instituut voor de Tropen gezichtsbepalend. Afbeelding: Het nieuwe warmtepompsysteem van het Koninklijk Instituut van de Tropen heeft een koelvermogen van 135,7 kW en een verwarmingsvermogen van 164,7 kW. Het gebouw is ontworpen in een uitbundige neorenaissancestijl in een periode waarin termen als ‘duurzaam bouwen’ of ‘van het gas’ nog niet waren uitgevonden. Toch werd tot dat laatste besloten. Hiertoe werd door het instituut gekozen voor een 4-pijps warmtepompsysteem als alternatief voor een traditionele koelmachine en verwarmingsketels. Het systeem heeft een koelvermogen van maar liefst 135,7 kW en een verwarmingsvermogen van 164,7 kW. De renovatie Tijdens de renovatie werden zowel de oude koelmachine als de nieuwe warmtepomp via een luik in het dak verplaatst. De nieuwe warmtepomp moet zowel het depot als het archief voorzien van het juiste klimaat. De buffervaten die noodzakelijk zijn in dit systeem hebben dan ook een capaciteit van 2050 liter en 1000 liter. Om de inhoud van het depot en archief te beschermen was het cruciaal de temperatuur en luchtvochtigheid tijdens alle installatie-werkzaamheden op het juiste niveau te behouden. Om het primaire systeem vanaf de warmtepomp naar de buffervaten en het secundaire systeem vanaf de buffervaten naar de afnemers zoals de luchtbehandelingskasten, te voorzien van water, kozen Technisch bureau Feuerstein en Limpid Blue voor de smartpomp Wilo Stratos MAXO. De pomp is uiterst energie-efficiënt. Energie-efficiënte functies Voorbeelden die bijdragen aan de energie-efficiëntie van de Wilo Startos MAXO zijn de energiebesparende No-Flow Stop-functie die de pomp stopt wanneer deze onder een bepaald minimumdebiet komt, bijvoorbeeld als gevolg van dichtlopende ventielen. Verder past de pomp dankzij de Dynamic Adapt Plus-functie de opvoerhoogte automatisch aan de hydraulische vraag aan. De regeling probeert daarbij de werkpunten zo te kiezen dat de ventielen zo ver mogelijk open staan en de installatie met zo weinig mogelijk drukverlies blijft werken. Het resultaat zijn energiebesparingen die tot 20 procent kunnen oplopen. Met de debietregistratie in de pomp en een temperatuurregistratie in de voor- en terugloop wordt het warme of koude volume geregistreerd. De Wilo-Stratos MAXO heeft een nauwkeurige mediumtemperatuurmeting die beide temperaturen kan detecteren. Dat betekent dat er nog maar één temperatuursensor nodig is en de gebruiker extra inzichten krijgt in gebruiksgegevens zonder dat hiervoor een aanvullende energiemeter nodig is. Afbeelding: Wilo Statos MAXO smartpomp voorziet het primaire systeem vanaf de warmtepomp naar de buffervaten en het secundaire systeem vanaf de buffervaten naar de afnemers van water. Inregelen en installeren De Wilo-Stratos MAXO laat zich elektrisch eenvoudig installeren dankzij een grote aansluitmodule met veerklemaansluitingen en de standaard aanwezige analoge en digitale in- en uitgangen. De configuratie van de Wilo-Stratos MAXO verloopt vervolgens eenvoudig en snel via de Set-up Guide. Met innovatieve, energie-efficiëntiefuncties, zoals ‘Multi-Flow Adaption’ en een EEI van ≤ 0,17 biedt de pomp ook de hoogste systeemefficiëntie op de markt. Uitgebreide besturingsfuncties ondersteunen daarbij een energie-efficiënt bedrijf De Stratos MAXO pompen werden op een constante druk ingeregeld. Er is voor een constante drukregeling gekozen omdat er na de pompen drukgeregelde kleppen in het systeem aanwezig zijn. De drukgeregelde kleppen waarborgen de juiste volumestroom in de installatie. Technisch bureau Feuerstein, koos bij dit project bewust voor de Stratos MAXO van Wilo. De pomp is gebruiksvriendelijk door het grote display en de welbekende groene-knop-technologie van Wilo. Daarnaast is de volumestroom van de pomp eenvoudig uit te lezen. Dat maakt het fine-tunen van de installatie gemakkelijker.

Lees meer
brancheplan.jpg

Installatie verwarming en lucht

Installatiebranche: fors minder verpakkingsmateriaal in 2025

06 april 2022

Binnen de installatie wordt ingezet op een vermindering van het gebruik van plastic en kartonnen verpakkingen met 20 procent in 2025. De verpakkingen die de branche dan over drie jaar nog gebruikt moeten bovendien volledig recyclebaar zijn. Deze doelen zijn vastgelegd in het Brancheplan Verpakkingen van Techniek Nederland. Dertien grote, bekende en landelijk opererende installatiebedrijven hebben zich inmiddels aan het plan gecommitteerd. Circulaire ambities Nederland De installatiebranche gebruikt nu nog veel veel verpakkingen voor apparatuur, installatiecomponenten en materialen. Het Brancheplan Verpakkingen moet die hoeveelheid verkleinen, verduurzamen en hergebruiken. Doekle Terpstra, voorzitter Techniek Nederland: ‘De sector wil de milieu-impact verlagen en tegelijkertijd een bijdrage leveren aan de circulaire ambities van de Rijksoverheid.’ Grondstoffen besparen Van badkuip tot bliksemafleider, het zijn allemaal producten die in plastic en karton verpakt zitten.  Bedrijven en organisaties in de installatiebranche worden opgeroepen om het initiatief te omarmen. De deelnemers aan het ‘Brancheplan’ zullen jaarlijks een actieplan vaststellen met onder meer kennissessies en pilots voor duurzame verpakkingsalternatieven. Als de pilots succesvol zijn, nemen alle deelnemende bedrijven (en liefst de hele branche) de alternatieven over. Deelnemers zullen kennis en kunde delen om zo snel mogelijk resultaat te boeken. Nog onderzoek nodig Er is nog veel onderzoek nodig naar de mogelijkheden om minder verpakkingen te gebruiken, verpakkingsmateriaal te verduurzamen én verpakkingen opnieuw te gebruiken. De partijen van het Brancheplan zoeken daarom samenwerking met het onderwijs en met onderzoeksinstellingen voor de verpakkingsindustrie. Nieuwe deelnemers welkom Om het Brancheplan te laten slagen is het belangrijk dat zoveel mogelijk bedrijven zich aansluiten. Bedrijven die achter de doelstellingen van het plan staan én willen helpen om het gebruik van verpakkingen terug te dringen, kunnen het plan ondertekenen op technieknederland.nl/verpakkingen. Bij de foto: Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland, overhandigde onlangs het plan aan staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat.  

Lees meer

Tip de redactie!

Nieuws en tips voor onze themapagina’s of newsstream? Laat het ons weten via: redactie@bouwproducten.nl

Herman de Haan

Kunststof Gevelbekleding

Meer producten →

Gevelisolatie

Meer producten →